De exponentiele groei van zonne-energie op aarde

Vanaf 2030 zal in de wereld meer zonnestroom worden geproduceerd dan we op dit moment aan energie verbruiken. In 2015 maakte zonne-energie 1,6% uit van de wereldwijde energieproductie. In 2017 was dat al gegroeid naar 3,2%. Dit proces gaat exponentieel door en in 2027 zal het percentage zijn opgelopen tot 102%.

Zonne-energie is energie van de zon in de vorm van warmte en licht. De hoeveelheid energie die de aarde bereikt, is ca. 9000 maal groter dan de energiebehoefte van alle 7 miljard aardbewoners samen. In Europa wordt deze energie geproduceerd door:

  • Zonnepanelen met fotovoltaïsche cellen (PV-cellen), uitgevonden in 1954 bij Bell Telephone Laboratories in de VS. Ze zitten o.a. in panelen op huizen en rekenmachines. Het licht wordt direct omgezet in elektriciteit-> zonnestroom.
  • Thermische zonne-energie door zonlicht om te zetten in warmte met behulp van zonneboilers, oftewel zonnecollectoren.

Uit verschillende recente rapporten van International Renewable Energy Agency (IRENA) en Bloomberg (New Energy outlook) komt naar voren dat de transitie van fossiel naar duurzaam zich steeds sneller zal manifesteren. Door technologische innovaties en sterke concurrentie is de prijs van zonne-energie consistent gedaald. We zien nu een daling van 80% ten opzichte van 2009. IRENA voorspelt dat de hernieuwbare energietechnologieën vanaf 2020 kunnen concurreren met fossiele energie. Bloomberg verwacht dat de kosten van duurzame energie lager zullen zijn dan die van fossiel vanaf 2030. Futurologen denken echter dat de transitie sneller zal gaan, onder meer door de halvering van de prijs voor zonnestroom elke 4 jaar. Vanaf 2030 is zonnestroom spotgoedkoop en in overvloed verkrijgbaar.

Nieuwe toepassingen op dit gebied zijn o.a. de flexibele 3D geprinte zonnepanelen die op elk dak passen, zonnepanelen op folie verwerkt in ruiten zoals bij glazen kantoorpanden Panelen die met de zon meedraaien etc. De toename van goedkope duurzame energie geeft ruimte aan allerlei ontwikkelingen zoals op het gebied van de circulaire economie, recycling van afval naar nieuwe producten met 3D-printing en elektrisch rijden.

De snelgroeiende hernieuwbare energietechnologieën zoals de PV-cellen spelen een ​​belangrijke rol in de toekomstige wereldwijde elektriciteitsproductie en openen de weg naar een schonere wereld.

Programma 'Nederland circulair in 2050'

Op 14 september is het programma ‘Nederland Circulair in 2050’ aangeboden aan de tweede kamer. Doel van het programma is om binnen 13 jaar de helft minder primaire grondstoffen zoals metalen, fossiel en mineralen te gebruiken in Nederland. Dit is een begin om de Nederlandse economie uiteindelijk volledig te laten draaien op herbruikbare grondstoffen in 2050. Om deze ambitie te concretiseren en te realiseren is er afgelopen januari een grondstoffenakkoord tussen de overheid en het bedrijfsleven ondertekend.

In een circulaire economie bestaat er geen afval meer. Dat komt doordat producten efficiënter worden ontworpen en materialen zoveel mogelijk worden hergebruikt. Afval wordt grondstof. Het grondstoffenakkoord moet ervoor zorgen dat alle primaire grondstoffen zoveel mogelijk worden vervangen door duurzaam geproduceerde hernieuwbare stoffen. Een positief gevolg is een afname van de grondstoffenbehoefte door het hoogwaardig benutten van stoffen in bestaande productieketens. Daarnaast zorgt het voor het ontwikkelen van nieuwe productiemethodes, het bevorderen van een andere meer duurzamere manier van consumeren en het stimuleren van recyclen van afval tot nieuwe producten. Naast de besparingen op grondstoffen heeft het een positief effect op het milieu, wordt de CO2 uitstoot verminderd en stimuleren we innovatie en nieuwe duurzame productieketens.

Kansen in overvloed voor het bedrijfsleven, onderzoek laat zien dat tot 2023 de circulaire economie in Nederland goed is voor een marktwaarde van ruim 7 miljard euro per jaar. Dit is in de praktijk al zichtbaar door de verdubbeling van het aantal startende circulaire ondernemingen en initiatieven vorig jaar ten opzichte van 2015.

Kansen liggen bijvoorbeeld bij de mogelijkheden van 3-D printing en het verduurzamen van de chemie. Aan de recycling zijde zijn er o.a. de volgende bedrijven actief:  Plastic Whale die wereldzeeën plasticvrij maakt en het plastic recyclet voor nieuwe toepassingen. De restaurants van Instock die onverkochte versproducten van AH gebruikt in zijn keuken, Buurman een openbare werkplaats en winkel voor tweedehands materiaal, RUIK die parfums maakt van afvalmateriaal zoals sinaasappelschillen en kerstbomen, een alternatief voor de vervuilende parfumindustrie.

Een hoger rendement op uw defensief vermogen?

Wilt u ook het verschil tussen bruto en netto rendement beperken? Met het persoonlijk Vermogensplan van Fountain Capital krijgt u inzicht in uw fiscale mogelijkheden.

Bestaat uw totale vermogen voor meer dan €250.000 aan spaargeld en/of vastrentende waarden en is het rendement hierop lager dan 4,3% op jaarbasis? Zo ja, dan kan het fiscaal zeer interessant zijn om te kijken naar een open fonds voor gemene rekening (OFGR) met een VBI status, een box 2 heffing. Wij laten u dit zien in onderstaande twee voorbeelden voor u en uw fiscaal partner.

U heeft €500.000 in Box 3 en u ontvangt 0,5% rendement over het vermogen. Vanwege het lage rendement betaalt u maar liefst 217% belasting over het rendement. De belastingdruk bij een VBI is 25%. U kunt €4.800 aan belasting besparen door het opzetten van een VBI. Het belasting percentage over het vermogen is in Box 3 nu 1,10% en in Box2 (VBI) is dat slechts 0,13%. Bij een vermogen van €500.000 ligt het break-even rendement op 4,3%. Bij een hoger rendement bent u in Box 3 beter af.

Met €1.000.000 in Box 3 betaalt u €12.333 aan vermogensrendements- heffing. Stel uw rendement is dit jaar 0,5%. Dan kunt u €11.000 aan belasting besparen door dit vermogen in een VBI onder te brengen. Een VBI betaalt €1250 belasting. In dit voorbeeld is het belastingpercentage over uw vermogen 1,23% in Box 3, 0,13% in een VBI en 0,20% in een BV of OFGR. Het break-even rendement ligt nu op 4,9%.

Een bijkomend voordeel voor ouderen met veel laag renderend vermogen is dat een OFGR niet tot het verzamelinkomen wordt gerekend voor de berekening van de eigen bijdrage langdurige zorg en de WMO. Bij het huidige lage rendement op uw (defensief) vermogen loont het de moeite om dat deel van uw vermogen om te zetten naar een OPGR met VBI status.

Wilt u ook uw netto rendement verhogen? Neem vrijblijvend contact op met ons. Wij vertellen u graag meer over de fiscale mogelijkheden met betrekking tot uw financiële situatie.

EU duurzame energie aandeel moet naar 45% in 2030

Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) schrijft in zijn recent verschenen Energierapport: Koolstof-neutraliteit in 2060 vergt veel investeringen in technologiebeleid en innovatie. Het opwekken van energie zal CO2-neutraal moeten worden, binnen 43 jaar, om enigszins in de buurt van de doelen van het klimaatakkoord te komen. Welke factoren spelen hierbij een rol?

Ten eerste; de energievraag zal de komende jaren nog sterk blijven groeien: 1,2 miljard mensen hebben op dit moment nog geen toegang tot elektriciteit. Met de toenemende welvaart en bevolkingsgroei gaan ook zij meer energie gebruiken voor verwarming, licht en airco. IEA schat dat de vraag naar energie tot 2060 met 50 procent zal toenemen.

Ten tweede; het IEA laat in zijn Energierapport een doorrekening zien van de klimaatbeloftes van de 195 landen die in 2015 het akkoord hebben ondertekend. Het laat zien dat de CO2 uitstoot stijgt naar 40 gigaton in plaats van richting CO2 neutraliteit. Een lichtpunt is dat in de afgelopen drie jaar het niveau van CO2 dat wordt uitgestoten bij het opwekken van energie, nagenoeg hetzelfde is gebleven, wereldwijd zo’n 32 gigaton.

Als laatste kan worden verwacht dat de rol van, duurzaam opgewekte, elektriciteit fors zal toenemen. IEA schrijft dat het aandeel duurzame energie in de Europese Unie in 2030 niet minimaal 27 procent moet zijn, maar 45 procent. Dat aandeel moet bovendien in bindende doelstellingen worden verdeeld over de lidstaten.

Conclusie is dat de komende jaren in het teken staan van enorme investeringen in technologische innovatie, energiebesparing en duurzame energie.